PKN
Protestantse kerk IJhorst - de Wijk
 
Het bestuur van de Kerk Het bestuur van de Kerk

Kijken we naar de keuze van ambtdragers in de periode 1811 - 1861, dan zien we dat dit verdeeld is over een vrij groot aantal Lankhorster en IJhorster families. Wel ging het vaak om relatief welvarende personen. Lang niet iedereen kwam in aanmerking voor het kerkbestuur, maar werd men wel gevraagd voor het ambt van kerkvoogd, ouderling of diaken, dan mocht men niet weigeren, wie dat wel deed kreeg een boete van ƒ50.-. Het was pas in 1839 dat de eerste diakenen werden benoemd, misschien hield men zich vanaf toen intensiever bezig met de armenzorg. Vrijwel iedereen was vroeger lid van de kerk, om een indruk te krijgen, in 1850 b.v. had de kerk 800 lidmaten Men ging na de lagere school een aantal jaren naar de catechisatie, om dan daarna,voor men  trouwde, belijdenis te doen. In de jaren na de oorlog (1945) waren nog groepen van ongeveer 20 personen die werden aangenomen.   

In totaal werd er zevenentachtig keer een Overijsselsche ouderling of diaken gekozen. Vaker dan gemiddeld werd gekozen voor leden van de familie van Schot (9), ter Haar (8), Wildeboer (8), Bakker (7), Bolling (6), Lommers (6), van Strik (5), Hogenkamp (5) en v.d. Berg (5). De Leijen, de meest armoedigste buurt in het Overijsselsche deel van de kerkelijke gemeente, ontbrak hier.   
                                                                                                                                       Omstreeks 1850 werden ook uit deze buurtschap diakenen gekozen, namelijk Jan Ubak en Frans Schemper. Deze laatste was waarschijnlijk Gemeente Ontvanger. Daar uit blijkt dat typisch Staphorster families op dat moment blijkbaar nog wel meeleefden met de kerkelijke gemeente IJhorst - de Wijk. Het kerkelijk bestuur bestaat sedert vele jaren uit twee ouderlingen en twee diakenen uit IJhorst en een zelfde aantal uit de Wijk. Maar het schijnt dat die het in vele gevallen niet zo goed met elkaar hebben kunnen vinden. Herhaalde malen zijn er van hogerhand besluiten en bepalingen uitgevaardigd betreffende geschillen tussen ,, die van IJhorst en de Wijk”. Meestal gingen die kwesties over de wijze van bedeling der armen, de verkiezing van de kerkeraadsleden, het benoemen van een predikant, maar vooral om de verdeling van de diaconiegelden.

Met een Koninklijk Besluit van 29 April 1821 kwam een bevredigend einde aan dit jarenlange getob. F. A. Ebbinge Wubben  schrijft in het begin van de vorige eeuw hierover het volgende:

"De Diaconiefondsen bestaan alleen uit de inzameling van de collecte. Bij besluit van Heeren Gedeputeerde Staten van Overijssel en Drente, tengevolge van het Koninklijk besluit genomen, is de gewone wijze van collecteeren, wat de diaconie betreft, afgeschaft en staan er aan de deuren onderscheidene bussen met de letters IJ. en W. Zoo ook bij de bediening van het heilige Avondmaal. Alle andere fondsen staan onder een wederzijds bestuur van twee armvoogden, die door de eigenerfden van IJhorst en de ingezetenen van de Wijk, ieder afzonderlijk jaarlijks worden gekozen en aan deze ook openlijk rekening doen, zonder te behoren tot de kerkeraad. De fondsen der kerk zijn geene andere dan de collecte en de huur der banken". Wat betreft het recht van collatie, dat is de benoeming van de predikant, bleef men nog bij het oude. Van ouds berustte dit recht voor ene helft aan de Eigenerfden van IJhorst voor de andere aan de Stemgerechtigden in de Wijk.

Doordat er na 1836 niet meer in de kerk begraven mocht worden, besloten de Kerkvoogden in dat jaar, grond aan te kopen voor uitbreiding van het kerkhof , 95 roeden en 75 voet groot, voor de som van ƒ175,52.

Bij het kerkbestuur komt de vraag naar voren om de bewoners van het armenhuis uit De Wijk een bank ter beschikking te stellen in de kerk. Niemand had daar bezwaar tegen, maar men stelde wel als voorwaarde dat men tijdig aanwezig moest zijn en bij een doopplechtigheid kon er geen gebruik van worden gemaakt.
In 1884 worden de kerkvoogden gemachtigd stappen te ondernemen om te komen tot een regeling voor het afkopen van de meipenningen. De opbrengsten hiervan kwamen voordien ten goede aan de predikant. In 1875 wordt er een brief ontvangen van het Provinciaal College van toezicht. Er is gebleken dat zowel bij de Kerkvoogden als Notabelen sprake is van bloedverwantschap en zulks was niet toegestaan.

Waarschijnlijk is er voor 1897 nooit verwarming in de kerk geweest, want in dat jaar komt er  bij de Kerkvoogdij een verzoek binnen van de Kerkeraad, om plannen te ontwikkelen voor verwarming in de kerk. De Kerkvoogden laten de Kerkeraad schriftelijk weten dat er dit jaar geen bedrag hiervoor op de begroting staat, maar dat ze er volgend jaar op terug zullen komen. Inderdaad wordt er in 1898 besloten tot aanschaf van een kerkkachel, voor de prijs van ƒ176,- werd de kachel geplaatst door J. Smot te Heerenveen en het aanmaken van de kachel zal gedaan worden door Jan Roelofs Bakker tegen een vergoeding van ƒ15,- per jaar.

Een notitie uit 1896 doet vermoeden dat er toen twee Zondagschoolverenigingen waren, in dat jaar kwam het verzoek van de zondagsschool uit De Wijk, ondersteund door de predikant, om tijdens het Kerstfeest een kerstboom in de kerk te mogen plaatsen. De Kerkvoogdij is van mening dat dit niet past in het kerkgebouw en wijst dit verzoek af. Drie jaar later wordt dit verzoek toch ingewilligd. Waarschijnlijk is dat de zondagschoolvereniging van de Evangelisatie geweest, een groep die zich toen al had afgescheiden van de Herv. Kerk uit IJhorst, maar toch nog gebruik maakte van de kerk.

In de vergadering van de kerkeraad in 1932 deelde de Baron H.M. de Vos van Steenwijk mede, dat hij wegens verhuizing naar buiten de gemeente De Wijk, bedankt als voorzitter van de Kerkvoogdij. Uit de notulen van de Kerkvoogdij de volgende reactie hierop:
"Deze mededeling wordt ernstig betreurt, daar al meer dan tweehonderd jaar een lid van de familie de Vos van Steenwijk als voorzitter van de kerkvoogdij, op een voorbeeldige wijze leiding heeft gegeven en financiël veel heeft bijgedragen".
Einde tijdperk fam. de Vos van Steenwijk.

De President Kerkvoogd die na de fam. de Vos van Steenwijk deze functie vervulde, was als eerste Jan ter Haar, hij was trouwens administrerend President Kerkvoogd. Na zijn aftreden hebben zijn zoon Egbert en daarna zijn schoondochter Aaltje ter Haar - Westert, de administratie voor de kerk verzorgd.
De functie van President Kerkvoogd werd na Jan ter Haar vervuld door: Jan Lommers, Jan ten Wolde, Martijn Oldebanning, Jan Lier en als laatste nu, begin 2000, een vrouwelijke President Kerkvoogd, Rian Horstra - Dubbink. Om terug te komen op de financiële steun die fam. de Vos v. Steenwijk gaf aan de kerk,
dat waren niet alleen de grote bijdragen bij de bouw van de nieuwe kerk in 1823.
Toen in 1927 electriciteit in IJhorst kwam, deelde Baron R.M. de Vos v. Steenwijk in de kerkeraadsvergadering het volgende mee: …… dat zijne moeder en hij voornemens zijn de kosten van electrificatie van het kerkgebouw en pastorie, voor hun rekening te nemen, welke mededeling met instemming wordt ontvangen.
Er zullen in de kerk zes zeiselampen worden aangebracht, de koperenkroon zal voor electrisch licht ingericht worden. In de kerkeraadsvergadering wordt bij monde van de heer Schoonvelde Koops,  de fam. de Vos v. Steenwijk voor dit geschenk bedankt. In 1949 is er van de heer Baron J.H. de Vos v. Steenwijk een legaat ontvangen van ƒ2500,- voor de Kerkelijke Gemeente IJhorst - De Wijk, met als voorwaarde dat hiervoor de graven van de familie moeten worden onderhouden. Besloten wordt het legaat in dank te aanvaarden. Een bijzondere gift was wel die van de familie Harm Pol uit De Wijk, er werd een zilveren
schenkkan aangeboden, ter gelegenheid van de toetreding van hun beide dochters (Hillie en Geesje), als lid van de kerk.

Bij zijn benoeming in 1930 als predikant in IJhorst, deed ds. Homan het verzoek aan de Kerkvoogden een garage te mogen bouwen, daar hij van plan was een auto aan te schaffen. Nadat in 1961 ds. v.d.Linde geslaagd was voor het besturen van een auto, besloot de Kerkvoogdij, na moeizame besprekingen, een auto aan te kopen, aangezien ds. v..d.Linde één dag in de week pastoraal werk verzorgde voor de vrijzinnige vereniging Balkbrug - Dedemsvaart. De aan te kopen auto, een Daf voor ƒ4680,- , kon ds. v.d.Linde privé gebruiken voor 10 cent per km.

Begin jaren zeventig vond er een ware revolutie plaats in de kerkelijke gemeente IJhorst - De Wijk. Het begon met dat ds. Bloem van de Rechtzinnig Hervormde Evangelisatie op 't Hogeveld, preekbeurten verzorgde in de kerk te IJhorst, wat in 1973 leidde tot de eerste gemeenschappelijke dienst. Er volgden er meer en men ging op andere terreinen ook samen werken, wat resulteerde in een gemeenschappelijke Oudejaarsavonddienst in 1974. Toch heeft het tot 6 september 1976 geduurd dat de eerste besprekingen plaats vonden tussen de Kerkvoogden van de kerkgemeenschap IJhorst - De Wijk en het bestuur van de Evangelisatie uit De Wijk, om samen verder te gaan. Ds. Rutgers schrijft in het kerkblad ,,De Wekker” het volgende hierover:

"Ik meen te mogen zeggen, dat dit gesprek goed en belangrijk is geweest.
We geloven dat deze samenwerking er in de komende jaren toe zal leiden, dat we elkaar in die ene Hervormde kerk en gemeente zullen ontmoeten. In dien dit ogenblik zal kunnen aanbreken, is het nodig samen de stenen van de straat te leggen, waarop we in de toekomst samen zullen lopen. In feite betekent dit dat een deel van het werk dat tot nu toe in de Kapel gebeurde, overgebracht wordt naar ons. Ds. Bloem stopt met het geven van catechisaties en verwijst de jongeren naar de predikant van IJhorst - De Wijk. Voortaan zullen dus alle catechisaties door mij worden gegeven. Dat is de eerste stap, een tweede stap is deze dat, indien de samenwerking ons ernst is, het niet goed is dat er twee afzondelijke kerkebladen blijven bestaan. Het voorstel van het bestuur van de Kapel is nu om het blad ,,contact” op te heffen. Met ingang van het nieuwe jaar zullen berichten over kerkdiensten, zieken en een in memoriam in de ,,De Wekker” verschijnen. De Hervormde gemeente IJhorst - De Wijk zou hiermede met één gezicht naar buiten treden. Wij menen dat dit een belangrijke stap is op weg naar één-wording. Er is verder opgemerkt dat het niet zinnig is dat bv. met Kerstmis een groet namens de gemeente wordt gebracht namens twee instanties, te weten de Kerk en de Kapel. Er is ook gesproken over de gemeenschappelijke diensten. Wanneer je  een jaar dat achter ons ligt overziet, dan blijkt dat we zo'n 12 keer in een jaar een gemeenschappelijke dienst hadden, je zou kunnen zeggen: ongeveer 1 keer per maand. Dat willen we graag handhaven, met indien mogelijk een uitbreiding in de richting van de feestdagen.
Pasen en Pinksteren zouden hiervoor geschikt zijn, met name de Paasmorgen zou fijn zijn, temeer waar we op de Goede Vrijdag samen het Avondmaal vieren.
We hebben het ook nog gehad over het Kerstfeest van de zondagsscholen. Men zou een gemeenschappelijke viering toejuichen en de suggestie werd gedaan dat de kinderen van de Kapel naast hun eigen viering, als gasten het Kerstfeest in IJhorst zouden meemaken. Wanner we de ontwikkelingen op lange termijn bezien, dan wordt duidelijk dat we elkaar de tijd en de ruimte moeten geven weer een plaats te vinden in het geheel van de gemeente. De eerste concrete stappen zijn nu in die richting gezet. Daarom meen ik te mogen zeggen dat het een goede avond was met een goed gesprek. We hebben afgesproken elkaar tenminste één keer per jaar te ontmoeten". Aldus ds. Rutgers.

De samenwerking had ook een beetje een gedwongen karakter doordat beide kerken  waarschijnlijk met een probleemp(je) zaten. Door de afnemende kerkgang bij beide kerken, kwam men financieel in moeilijkheden en het was vooral het salaris van de predikant dat zwaar drukte op de financiele begroting. Het zijn moeizame besprekingen geweest, met aan weerskanten gemengde gevoelens, dat is bekend. Maar uiteindelijk heeft het er toch toe geleid dat men samen verder is gegaan en nu na ongeveer vijfentwintig jaar lijkt het er op dat het een juiste beslissing is geweest, al zullen er op sommige punten twijfels blijven bestaan.

De Ned. Herv. Kerk met de Evangelisatie zijn dus samen verder gegaan, maar als je in de geschiedenis terug gaat is dat geen goede benadering, maar zou je het eigenlijk een hereniging kunnen noemen. Ds. Snijdelaar schrijft in ,,De Wekker” van januari 1924, waarin duidelijk wordt, dat de Rechtzinnig Hervormde Evangelisatie een afscheiding is geweest van de Ned. Herv. Kerk van IJhorst - De Wijk.

Ds. Snijdelaar:
"Terwijl ik de copie schrijf, verneem ik, dat nu de plannen tot het stichten van een Evangelisatiegebouw op het Hoogeveld vasten voet hebben gekregen. Dat mij dat spijt, behoef ik niet te zeggen. Toch heeft het dit gevolg, dat de richtingsstrijd nu ook meer pricipiëel in de kerkelijke gemeente wordt gebracht. Toen ik voor ruim 2 jaar met kerkeraadsleden den gebruikelijke rondgang deed, werd mij heel dikwijls gezegd, dat men het land had aan dien strijd en liever de eenheid bewaard zag. Tot nog toe heb ik in den geest der eenheid gewerkt. Dat het niet alleen de zondagsschool kwestie is, blijkt wel van niet. Immers wordt tegen mij geregeld gecatechiseerd, gepreekt, enz. We hopen echter onder Gods zegen met onze arbeid voort te gaan in het belang van onze oude Kerk, die wel buiten de kom van De Wijk ligt, naar wij vurig hopen door steeds meerderen zal worden bezocht in geregelden gang. Stellig zal dat in het belang van der gansche gemeente zijn".

De veronderstelling dat het kerkje van het 't Hogeveld, een afscheiding van de Gereformeerde kerk van Berghuizen zou zijn geweest is dus niet juist. Wel werd het kerkje op het 't Hogeveld in de volksmond het Kokse karkien genoemd, en dat zou doen vermoeden dat ze een band hadden hadden met de kerk uit Berghuizen, de predikant aldaar heette nl. ds. de Kok. De bezoekers van die kerk noemden ze Koksen, maar die hadden een andere geloofsovertuiging dan de kerkgangers van de kerk op het Hogeveld. Het is dus onduidelijk waar de naam Kokse karkien vandaan komt.

Het moet omstreeks 1924 zijn dat de Rechtzinnig Hervormden daar een kerkje gebouwd hebben, of wat nog waarschijnlijker is, een gebouw verbouwd tot kerk. Voor 1924  was er wel al een jongerenvereniging van die kerkgemeenschap en vrijwel zeker een zondagsschoolvereniging, waar hoogstwaarschijnlijk menings verschillen over geweest zijn met de Ned. Herv. Kerk in IJhorst. Dat laatste blijkt uit bovenstaand schrijven van ds. Snijdelaar.

De inkomsten en bezittingen.

De inkomsten van de kerk bestonden niet alleen uit de collectes en huur van de banken, hetgeen blijkt uit het volgende: in een akte uit 1481 komt de naam voor van Rolof  Hijlberdync, Monnik van Sinte-Benedictus orde en priester te IJhorst.
Hij vertegenwoordigt waarschijnlijk de kerk in die akte, waarin wordt gemeld dat Johan ten Clooster, eigenaar van het ridderlijk goed de Havixhorst, aan het Heilige kruis-altaar  geschonken heeft, een huis, een hofstede, benevens twee boerenplaatsen in de Wijk gelegen, verder enige boterpachten uit een erve te Koekange. Dit alles had tot doel, voor langere tijd de zekerheid te hebben, dat een priester in IJhorst zijn ambt uit kon oefenen.

Tot 1873 had men de rogge, boter en geldpachten, die inkomsten kwamen vrijwel allemaal ten goede aan de predikant. Na 1873 konden die worden afgekocht, waar op grote schaal gebruik van werd gemaakt, maar toen moesten er andere mogelijkheden gezocht worden om de predikant van salaris te voorzien. Waarschijnlijk is toen de hoofdelijke omslag (kerkelijke belasting) gekomen.
Begin 1800 is dat ingevoerd, elk lid van de kerk was ingedeeld in een bepaalde klasse. Waarschijnlijk gaf elke klasse een hoogte van inkomen aan, waar de grenzen lagen in wat voor klasse men viel is niet bekend. Wel de hoogte van de aanslag in een klasse, zo betaalde men in klasse 1 ƒ7, klasse 2 ƒ6 , klasse 3 ƒ5 , klasse 4 ƒ4 enz. enz. tot dat in klasse 13 - 10 cent werd afgedragen. Na 1900 is dat veranderd in het afdragen van 1% van het inkomen, voor diegene die lid was van de kerk. Deze hoofdelijke omslag leverden in de jaren 1910, 1920 en 1930, resp. ƒ720,- ,ƒ2400,- en ƒ3400,- op. In de jaren '30 - '40 (crisis jaren) waren er veel lidmaten die bedankten omdat ze weinig of geen inkomsten hadden. Hierdoor ontstond een slechte financiële toestand, als oplossing stelde administrerend Kerkvoogd Jan ter Haar voor het vermogen te belasten. Hiertoe werd  besloten, wie een vermogen had tussen de 10.000 en 20.000 gulden betaalde ƒ2,50 enz. en wanneer men een inkomen had boven de ƒ50.000,- moest men ƒ20,- afdragen. Waarschijnlijk was dit  een tijdelijke oplossing die maar enkele jaren heeft geduurd.

Omstreeks 1980 kwam er steeds meer weerstand tegen het betalen van de kerkelijke belasting, veel mensen vonden dat ze te veel moesten betalen. Veel lidmaten bedankten, waardoor de kerkelijke gemeente het nog moeilijker kreeg.
Het was het was begin jaren '80 dat het kerkbestuur er over dacht de verplichte kerkelijke belasting af te schaffen. Enkele bestuurders waren bang dat de inkomsten nog verder terug zouden lopen, als men het zou veranderen in een vrijwillige bijdrage. Kort daarna heeft deze, toch wel ingrijpende verandering, plaats gevonden en deed ongeveer 1984 de Kerkbalans zijn intrede. Direct in het eerste jaar werd de angst weggenomen dat de inkomsten minder zouden zijn, er was minstens zoveel geld binnen gekomen als het jaar daarvoor.


Elk Nederlands Hervormd geboortelid, dooplid, kerklid en alle  N. H. Kerkleden die zich ingeschreven hebben bij de kerkelijke gemeente IJhorst - De Wijk, krijgen elk jaar de Kerkbalans toegestuurd met een toelichting over de financiéle toestand. In de eerste jaren waren er richtlijnen bij voor een vrijwillige bijdrage.
Daarnaast krijgen alle inwoners van IJhorst en De Wijk het kerkblad ,, De Wekker” thuis bezorgd, waar mogelijkheden in worden vermeld om de kerk financieel te steunen.

Op een lijst van pastorie-inkomsten van 1735, wordt melding gemaakt van driehonderd en tien Carolus-guldens, die de predikant jaarlijks op St. Martini van de drost van Salland had te ontvangen. In 1839 werd een erf verkocht, de pastorieboerderij die dicht bij de kerk stond,   aan Jan Roelofs Bakker  voor ƒ7521,50, in de kerkboeken spreekt men van een vette prijs. De fam. Bakker huurde al voor 1800 de boerderij van de kerk en werd dus toen eigenaar.
Aan dezelfde familie werd ook nog stam- en hakhout verkocht voor ƒ367,10 en verder aan de familie Horstra een stuk land voor ƒ2600.- .De reden van deze verkopingen waren, zo wordt in de kerkboeken vermeld, de schulden af te lossen die waren gemaakt voor het kerkgebouw. Verder was de kerk in het bezit van een kleine boerderij in de Wijk die bezwaard was met de erfpacht van een snede gras van het hooiland tussen de Reest en de openbare weg, ten voordele van de predikant in IJhorst. Later is dit recht verplaatst naar een stuk oeverland bij de Reest, de voorwaarde was dat er toen drie sneden gras gemaaid mochten worden.

In de notulen van de kerkvoogdij van 1833, wordt melding gemaakt van de vaste goederen en kapitalen die als bezittingen van de kerk te boek stonden. (zie bijlage 8) Verdere bezittingen van de kerk waren de handschriften, dat waren geldleningen aan de inwoners, in dit geval alleen aan inwoners van IJhorst omdat de stukken waren ondertekend door de armvoogden van IJhorst. (zie bijlage 9)

In 1843 werd nogmaals melding gemaakt van de bezittingen van de kerk, dit was natuurlijk de kerk, pastorie en de pastorietuin. Verder een stuk weiland ,,De Koemaat”, twee stukken hooiland ,,'t Veentje” en ,,de Klokkemaat”, een stuk hooiland ,,de Oostermaat”(achter de boerderij van fam. v.d. Linde) en een half aandeel in onverdeeld veld en veen, het land werd geschat op een waarde van ƒ2650,- . "De Koemaat” en de "Oostermaat” werden in 1907 verhuurd aan resp. Jan Roelofs Bakker en Albert v.d. Berg, onder voorwaarde dat zij hun deel van de Reest schoon moesten houden. Als laatste bezit een inschrijving in het Nederlandse Grootboek der Nationale Werkelijke Schuld, voor een bedrag van ƒ9200,-.

De diaconie van IJhorst had ook bezittingen in de Leijen, het meeste door testament verkregen. Van omstreeks 1850 zijn zes akten die melding maken van verhuur door de Diaconie der Hervormde Gemeente van IJhorst. Zij verhuurden woningen en land aan de volgende inwoners: Jan Willem Huls, Margje Dunnink, Jan Bloemert Lubbertszn, een woonhuis met enig land aan Matthijs Jansen voor ƒ50,- , op de Binnen Lankhorst een woonhuis met land aan Gerrit Spijkerman voor ƒ35,- en een boerenplaats met land op de Buiten Lankhorst aan Harm Knol Janszn. Dit laatste was in 1846 door testament verkregen van Klaas Spelde. In meerdere testamenten liet hij zijn laatste wilsbeschikking vast leggen, met steeds verschillende personen en bedragen. In zijn eerste testament van 17 October 1846 legateerde hij aan Geertje v.d.Berg, wonende in de Kleine IJhorst, ƒ100,-  en aan het Diaconie Armbestuur van de Hervormde Gemeente van IJhorst ƒ200,- . Verder in dit testament benoemde hij als zijn enige erfgenamen Harm Harms Huls en Grietien Alberts de Boer, echtelieden en landbouwers te Staphorst. In een volgend testament wordt de kerk als zijn enige erfgenaam genoemd, met als voorwaarde dat alle roerende goederen belegd moesten worden in het Grootboek der Nationale Werkelijke Schuld. De renteopbrengsten hiervan waren voor de Diakonie van de Kerk. Ten slotte blijkt uit de memorie van aangifte dat Klaas Spelde op 17 december 1846 zijn laatste wens bij notaris Warmold Lunsing Tonckens te Meppel heeft vastgelegd. (zie bijlage10). Hij legateert dan bovengenoemde Geertje v.d.Berg weer met ƒ100,- en het overige van zijn nalatenschap aan het Diakonie Armbestuur van de Hervormde gemeente van IJhorst, met de letterlijke tekst: …….. zulks teneinde dat bestuur na uitkering van de voorzeide honderd gulden zijn gehele nalatenschap in vollen eigendom zal hebben en bezitten, ten blijke zijner erkentelijkheid wegens in zijner jeugd van dat bestuur genoten onderhoud en weldaden.

De nalatenschap bestond uit een boerderijtje met +  5 ha. wei- en bouwland. De waarde van het boerderijtje werd geschat op ƒ420, - en het land op ƒ500, - . De waarde van de inboedel werd door Albert Tuin uit Staphorst geschat op ƒ70, -, waaronder de helft van een half zieke koe voor ƒ7,- . Zie voor schatting van deze inboedel bijlage 11. Tot slot kreeg de diakonie van de kerk uit die nalatenschap, 18 handschriften in hun bezit, geldleningen notarieel vastgelegd in totaal een bedrag van ongeveer ƒ3500, - . Zodat de totale nalatenschap in geld uitgedrukt ƒ4510,79½ bedroeg, omgerekend naar deze tijd zal dat niet ver van een half miljoen af zijn geweest.

Voorwaarden worden in dat laatste testament niet genoemd, zodat de veronderstelling van enkele kerkbestuurders, als zou in een testament staan dat het boerderijtje niet verkocht mocht worden, ongegrond is. Wel blijkt uit een brief van  Willem II  Koning der Nederlanden, die zijn goedkeuring aan het testament moest geven, dat de gelden en de waarde van alle roerende goederen moeten worden belegd in het Grootboek der Nationale Werkelijke Schuld. Zie voor deze brief bijlage 12.

Nu in 2002 wordt het boerderijtje verhuurd aan de familie Jan Hokse en Hendrikje Knol. Hendrikje is een achter-achterkleindochter van de eerste huurder in 1846. (zie bijlage 13)  Harm Knol huurde toen dat boerderijtje, Buitenstouwe 1, met de daarbij gelegen kamp, enig bouwland en een perceel hooiland genaamd ,,de Maat” in de Leyen voor 3 jaar,  opzegtermijn 6 maand. Hij gaf als huur voor het huis en het bouwland ƒ38,- en het hooiland ƒ26,-. Een armhuis heeft IJhorst nooit gehad, wel een huis waar gezinnen, die in moeilijkheden kwamen, werden opgevangen. Het huis stond in ,,de Poele”, op de plek waar nu de kantoren van de fa. Broekert staan. Die gronden behoorden vroeger tot de kerk, de zogenaamde ,,Pastorielanden”. In 1903 werd dit huis met erf, groen- en bouwland verhuurd aan Jan Botter voor één jaar en ƒ50,- huur. Een kamer aan de oostkant in het huis werd uitbedongen en was niet bij de huur inbegrepen. Deze kamer werd in dat zelfde jaar verhuurd aan Hendrik Engel, voor de tijd van een half jaar, huurprijs ƒ12,50. De beide huurcontracten waren ondertekend door Jacob Eissen,  boekhoudend diaken van de diakonie. (zie bijlage 14) Ook had de kerk gronden in eigendom aan de Carstenlaan, op deze grond zijn omstreeks 1930 twee houten huisjes gebouwd voor gezinnen die toen met huisvestings problemen zaten. In het huisje Carstenlaan 2 woonde de fam. Hendrik Jan Klomp (huisje van fam. Pronk) en Carstenlaan 4 de familie Berend Jansen, nakomelingen van deze familie wonen er nu nog.

De Wijk had wel een armhuis, dit stond aan de Wijkbrug. Men had daar een vader en moeder aangesteld die dat beheerden, één van de laatsten waren Willem Broekhuizen en z'n vrouw Jeltje Lutgers. Daarvoor de fam. Thijs.

 

terug
 
 

Kerkdienst: Avondmaal, collecte Voedselbank
datum en tijdstip 09-12-2018 om 10.00 uur
meer details

kerstwandeling
datum en tijdstip 09-12-2018 om 13.30
meer details

Cantorij
datum en tijdstip 11-12-2018 om 19.30
meer details

 
De Klokkenstoel

Protestantse kerk IJhorst
- de Wijk

Kerkweg 10
7955 AA IJhorst      
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.