PKN
Protestantse kerk IJhorst - de Wijk
 
Het Herenhuis ,,de IJhorst"

Het Herenhuis ,,de IJhorst"

Waarschijnlijk werd dat pand gebouwd in het begin van de negentiende eeuw. In 1874 lezen wij in de Meppeler Courant de volgende advertentie met te koop: Ten verzoeke van Mejufvrouw de Weduwe en Erven van wijlen den heer Harm Oosterveen Jzn, onlangs te IJhorst overleden, een BUITENTJE, genaamd ,,de IJhorst”, bestaande uit huis en tuin en enig bouwland, staande en gelegen te IJhorst, afkomstig van wijlen de heer Ditt. Het vermoeden bestaat dat de heer Ditt tussen 1832 en 1850 het heerenhuis gebouwd heeft. Bij de verkoop in 1874 werd de heer Lambers, apotheker in Meppel, eigenaar. Hij is in IJhorst komen wonen en werd elke dag door zijn koetsier, de heer Loos, heen en terug naar Meppel gebracht. Waarschijnlijk heeft de heer Lambers zijn pand na aankoop met een gebouw aan de achterzijde uitgebreid, want zijn koetsier en nog een gezin woonden in achterste gedeelte. In 1912 is de heer Lambers overleden en 1916 mevrouw Lambers. Het herenhuis is toen verkocht aan Arie Hakkert, die in dat jaar, na 40 jaar hoofd van de school te zijn geweest , er mee stopte. Het is bekend dat Hakkert het pand heeft kunnen kopen, met geleend geld van enkele boeren. Arie Hakkert jr die in De Wijk onderwijzer is geweest , is daar geboren. Bij de geboorte van Hakkert jr , was zijn vader 67 jaar. Arie Hakkert sr was eerst gehuwd met Hilligje Ruinen, zij overleed in 1902. Kort daarna trad hij voor de tweede keer gehuwd met G. de Jonge. Twee dochters uit zijn eerste huwelijk, Geertje en Mina hebben in IJhorst voor de klas gestaan. Na het overlijden van Arie Hakkert in 1923 is het herenhuis ,,De IJhorst” in een publieke verkoop verkocht. Op de inzet bij die verkoop waren gebroeders Dekker (Jan, Harm en Geert) de hoogste inschrijvers en bij de palmslag 14 dagen later, bleven zij er aan zitten. (d.w.z. dat er niemand méér bood dan het bedrag waar zij op hadden ingeschreven) De gebroeders, zij werden Dekkersjongens genoemd, zijn er toen ook gaan wonen, Zij hadden daarvoor op erve ,, ter Haar” gewoond en voor 1913 op erve ,,de Inberg”. Een broer van de gebroeders was Geu, hij was getrouwd met Jantje Eissen en zij woonden bij de kerk (Kerkweg 1). Toen zijn broers overleden waren, is Geu in het heerenhuis gaan wonen. De volgende eigenaar-bewoners waren een zoon van Geu, Hendrik met zijn vrouw Ale Haze.Na het overlijden van beide werd het pand verkocht in een openbare verkoop. Maar de prijs die geboden werd vond de familie niet hoog genoeg en het werd ingehouden. Geu Dekker werd eigenaar en ging er zelf wonen. De familie Dekker is ongeveer 70 jaar eigenaar van het Heerenhuis geweest en hebben er met enkele jaren onderbreking ook altijd gewoond. Ook nu in 2005 wonen er Dekkers, Henk en Jan. Het begon in 1917 met gebroeders Dekkers (Dekkersjongens) en het is nu weer Dekkerjongens. De familie Dekker verhuurde meerdere kamers in het Heerenhuis, soms woonden er drie gezinnen. In totaal hebben er 25 gezinnen één of meerdere jaren gewoond, enkele hebben er twee keer gewoond.

De pastorie boerderij

de pastorie boerderij

Zo al is genoemd was het Zwartewater Klooster eigenaar van de Pastorie-erve. De oppervlakte van het erve was beduidend kleiner dan de naast liggende boerderij Ter Horst   (1½ hoeve tegen een ½ hoeve). Toen tussen 1600 en 1700 de andere twee boerderijen overgingen in particulaire handen, werd de kerk eigenaar van de pastorieboerderij. De kerk verhuurde de boerderij, de huur die bestond uit boter-en roggepachten, was voor de predikant. Verder moest de huurder allerlei hand-en spandiensten voor de kerk verrichten, zoals onderhoud van sloten, paden, hekwerk en het luiden van de klok. Omstreeks 1900 werd de klok geluid 's morgens om 9.00 uur en 's middags om 12.00 uur. Tot omstreeks 1925 was er een tapperij in de voorkamer van de boerderij. Waarschijnlijk werd er heel vroeger na de kerkdienst nog wat na gepraat onder het genot van een borreltje. Men zag elkaar niet geregeld en zo konden de kerkgangers uit de Schiphorst, de Stapel en IJhorst het laatste nieuws uitwisselen. Bij doopplechtigheden was het de gewoonte dat de ouders voor dat de kerkdienst begon samen kwamen in de voorkamer van de boerderij, voor aanvang van de dienst gingen de ouders in de kerk en bleef de dopeling met diegene die het na zou dragen in de boerderij. Na een sein begaven ook zij zich naar de kerk en na de plechtigheid keerde men terug naar de boerderij, waar na de dienst ook alle ouders samen kwamen. Er liep een pad vanaf de voordeur van de boerderij naar de meest westelijke ingang van de kerk, halverwege passeerde men een bruggetje. Voor 1940 ging men lopend, fietsend en een sommige met een kerkkoets of brik naar de kerk. De paarden werden gestald bij de familiesDekker Holterman, Horstra en Bakker. Tevens zorgden deze families ervoor dat voor aanvang van de dienst een stoof met een kooltje vuur in de kerkbank was geplaatst. Rieka Klok-Eissen geboren in 1917, kan zich nog herinneren dat ze haar moeder (die kosteres was) zondag 's morgens moest helpen de kerkstoven naar de kerk te brengen. De families hadden hun naam in de stoof gebrand. Ongeveer 18 stoven stonden door de week in een kast in de voorkamer. In 1602 komen we uit het register van het paardegeld de naam tegen van pachter Johan Pouwels. Tussen 1661 en 1670 woonde waarschijnlijk het gezin van Roelof Coops op de pastorieboerderij. In de periode 1675 - 1695 woont er Harmen Coops en zijn vrouw Grietien Jans. Na het overlijden van Harmen Coops, trouwt Grietien Jans voor de tweede keer met Gerrit Lubberts en zij blijven tot 1729 in de boerderij wonen. De volgende bewoners zijn Hendrik Everts gehuwd met Lubbigje Lubberts, een zus van Gerrit Lubbers. Hun dochter Femmigje Hendriks was gehuwd met Albert Alberts Zwaluw uit Rouveen, ook zij wonen enige jaren op de Pastorie-erve. In de periode 1735 - 1740 woont Claes Roelofs Bueskoeke enige jaren op de Pastorie-erve. De volgende huurder is Roelof Harms van 1748 - 1751. Dan komt de familie Bueskoeke terug, Roelof Claes, een zoon van Claes Roelofs. Deze Roelof Claes neemt de achternaam Bakker aan en is getrouwd met Hilligje Bartholds Ubak. Hun nakomelingen wonen tot aan de dag van vandaag op de Pastorie-erve, Jan Meeuwes Schiphorst gehuwd met Margje Bakker. Als de kerkvoogden in 1839 besluiten de Pastorie- erve te verkopen, wordt Roelof Jans Bakker, een kleinzoon van Roelof Claes, de nieuwe eigenaar. De kerkbuurt van net na de oorlog is een dag gezellig uit geweest

De kerk

De kerk ligt in de oude kern van IJhorst, dicht bij de Reest. De kerk is na 1233 door het klooster Zwarte Water gesticht, waarschijnlijk voor 1292, maar zeker in dat jaar omdat toen Dominus Johannes benoemd werd als pastoor te IJhorst. Het is waarschijnlijk geen terechte veronderstelling dat er al in 1245 een kerk gestaan heeft.Maar bij graafwerkzaamheden in 1887, tijdens de bouw van de constistoriekamer, stuite men op een grafkelder met daarop een sluitsteen met het jaartal 1245 er in gebeiteld. Dat sluit wel aan bij de gedachte van sommige     auteurs, die durven te stellen dat het kort na de stichting van de kerk te Oud Avereest moet zijn geweest (1236). In die tijd werd ook gesproken over één grote Reestparochie, waarvan de kerk in Avereest (Oud Avereest) stond. Lankhorst lag b.v. ,,in parrochia Resten”. De veronderstelling is dat de Wijk oorspronkelijk tot het kerspel Blijdenstein heeft behoord, in de vijftiende eeuw is het met IJhorst tot één kerspel verenigd. In Roomse tijden was de kerk in IJhorst een Parochiekerk, het geen blijkt uit de benoeming van pastoor Dominus Johannes in1292. De kerk en de pastorie stonden reeds in de veertiende eeuw als oud en bouwvallig bekend.
In een brief uit 1382 van Floris van Wevelinckhoven, de vijftigste Bisschop van Utrecht, komt het een en ander naar voren. Uit die brief blijkt dat er een twist was ontstaan tussen de Proost van het klooster Zwarte Water en de ingezetenen van IJhorst, over het priesterlijk inkomen en het onderhoud van de kerk en wheme (pastorie). De ingezetenen van IJhorst werden verplicht ,,om de Priester een eerlijk onderhoud te bezorgen en te laten genieten, wat hij altoos had gehad, twee hoeven lands en zoveel hooiland, dat hij er voor 6 koeien winterhooi kon winnen. Daarboven al het overige te geven, zo hij altoos genoten had, rogge- boter en pachtgelden. Voorts moest het hoge altaar worden voorzien met drie ponden wasch en vlas en de kerk in rake en dake te houden”.

Vermoedelijk is rond 1400 de oude kerk hersteld of een nieuwe gebouwd, omdat in 1403 een klok is gegoten voor deze kerk. Aangezien de kerk geen toren had werd de klok opgehangen in een klokkenstoel, hieruit kan men de conclusie trekken dat er waarschijnlijk nooit een kerk heeft gestaan met een toren. Het oorspronkelijke kerkje was een onaanzienlijk gebouw, dat vrijwel zeker van hout was opgetrokken, het geen bleek uit het aanwezig zijn van poeren waarop gebinten hadden gestaan. Tevens bleek hieruit dat de vorige kerk veel smaller is geweest. Deze poeren kwam men tegen bij restauratie werkzaamheden in 1992. De ramen van het koor waren beschilderd met de wapens van de provincie Overijssel en de steden Kampen, Deventer en Zwolle. Er waren veel eigen zitplaatsen of gestoelten toe behorende aan aanzienlijke geslachten uit de omgeving, benevens grafkelders en graven waarvan enkele na verbouwing van de oude kerk in de nieuwe kerk gebleven zijn. Volgens een plattegrond van het gebouw, door Nicolaas ten Wolde in 1790 opgemaakt  (zie bijlage1), waren zes van die oude gestoelten destijds in het bezit van :
1    Het geslacht van de Havikshorst.
2    Jan Warners Schiphorst en Jan Claas Schiphorst.
3    Dunninge ( toen een boerenwoning, daarvoor een havezathe)
4    Den heer van den Pol
5    De familie Tonckens.
6    Lucas ten Wolde en Andries Snoek. 

In het midden van de kerk hangt vanaf omstreeks 1750 een prachtige koperen lichtkroon met vier-en-twintig kandelaren, met de namen van de volgende personen er in gegraveerd: Jan Henderick van de Ruststee, Roelof Warners van ' t Schot, Jan Jans ter Haar en Jan Jans Bezoen. Men mag er vanuit gaan dat genoemde heren de schenkers van de lichtkroon waren.

Door de bouw van het klooster van Dickninge, omstreeks 1325, veranderde de positie van de kerk in IJhorst. Waarschijnlijk door invloed van Dickninge, omdat naast het klooster ook een kerk gesticht werd. Er zijn altijd wel nauwe banden geweest tusen de kerk in IJhorst en het klooster Dickninge, het ,,verhaal” gaat dat er ooit een onderaardse gang geweest is, die beide met elkaar verbond. Omstreeks 1950 meende men bij graafwerkzaamheden bij de boerderij Kerkweg 1 op een dergelijke gang te stuiten, bij nader onderzoek bleek dit iets anders te zijn. Ook bij de reconstructie van het kerkplein, in 2002, heeft men geen aanwijzingen gevonden wat op het bestaan van een gang zou duiden. Aan de noordzijde van de Reest in het huidige De Wijk was geen kerkgebouw daarom kwamen de inwoners van De Wijk naar de kerk in IJhorst en werden net als de inwoners van IJhorst, in de kerk of op het daarbij behorende kerkhof  begraven. Tot 1850, van af toen had De Wijk een eigen kerkhof. In de notulen van 1823 wordt nog gesproken van een voormiddagse godsdienst, hieruit valt op te maken dat er die tijd nog twee keer per dag gekerkt werd. Voor de kerkgangers waren er ,,kerkepaden”, zoals die vanaf de Schiphorst via de Havixhorst en Dickninge naar de brug over de Reest. Ten zuiden van de stuw van Dickninge zijn nog resten van de brug in het landschap terug te vinden. Over de brug kwam men in Overijssel, daar is het ,,pad” nog terug te vinden in het terrein als ,,'t Allee” uitkomend op de kerkweg tegenover het vroegere ,,Meestershuis” (Kerkweg 14). De bewoners van de Stapel, de Eemten en de Haalweide begaven zich over de Eemtener kerkweg of de Haalweidiger zandweg naar de kerk en die van het Wijkerbroek, de Oosterwiek en den Hof waren aangewezen op de Oosterwieker zandweg. Het nu nog aanwezige kerkpad zal als zodanig ook hiervoor gediend hebben voor bewoners van de Wijk zelf. Al deze wegen en paden, werden ook wel reeweg  of doodiek genoemd omdat ook de begrafenisstoet over deze wegen zich naar het kerkhof begaf. De kerkelijke overheid zag er op toe dat deze paden onderhouden werden. Al deze wegen kwamen samen op één punt bij de Reest, vanaf hier moest men via een doorwaadbare plek in de Reest, naar de kerk.(zie bijlage 2)
In 1458 kwam de ”Yuhorsterbrugge” die beide oevers met elkaar verbond.
Waarschijnlijk werd hier een hoog vonder mee bedoeld, want paard en lijkwagen konden hier  niet over heen, vier dragers moesten verder lopend met de lijkkist naar de kerk. Pas in 1822 werd het hoge vonder vervangen door een brug en kon men met rijdend materiaal bij de kerk komen. Dat moest toen nog over een zandweg, het was in 1878 dat door vrijwillige bijdragen een klinkerweg aangelegd kon worden. De bewoners van de Lankhorst en de Leyen gingen vanaf Halfweg over het  Lankhorster kerkpad, langs het oude ter Haar (Heerenweg 5) om dan vervolgens uit te komen op de Kerkweg tegenover de schuur van de fam. Postma (Kerkweg 3). Bewoners van 't Schot maakten gebruik van het ter Haarsweggetje om bij school en kerk te komen. Ter hoogte van het oude ter Haar sloot dat pad aan op het Lankhorster kerkpad.  Achter uit de Rieverst komend, ging men ter hoogte van de fam. Middelveld (Heerenweg 35), het IJhorster Kerkpad op dat langs de noordelijke bosrand liep en uit kwam bij de pastorieboerderij. De Reest is al heel lang de bestuurlijke scheiding geweest tussen IJhorst en de Wijk, maar er was wel een grote culturele verbondenheid: gezamenlijke kerkgang, frequente familie- en huwelijksrelaties en een sterke overeenkomst in agrarische bedrijfsvoering en bouwkunst. Als gekeken zou worden naar het culturele aspect dan zou de grens tussen Drenthe en Overijssel niet gelegd worden zoals nu bij de Reest, maar bij een denkbeeldige lijn die tussen Lankhorst en Staphorst over molen de Leijen naar het zuidoosten loopt tot de Gorterlaan,  langs de Burg.v. Wijngaardenstraat tot de Hoofdweg de grens met de gemeente Avereest. In oude literatuur veronderstelt men dat de provinciale grens werkelijk ook veel zuidelijker gelegen heeft dan nu het geval is. De inwoners van IJhorst werden vroeger aangemerkt als bijzonder godsdienstig, vriendelijk en bescheiden.  

terug
 
 

Kerkdienst: Avondmaal, collecte Voedselbank
datum en tijdstip 09-12-2018 om 10.00 uur
meer details

kerstwandeling
datum en tijdstip 09-12-2018 om 13.30
meer details

Cantorij
datum en tijdstip 11-12-2018 om 19.30
meer details

 
De Klokkenstoel

Protestantse kerk IJhorst
- de Wijk

Kerkweg 10
7955 AA IJhorst      
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.